Begrippenlijst jaarrekening: 55 termen van A tot Z

Van activa tot vordering: de termen die je tegenkomt bij het opstellen van een jaarrekening, in gewone taal uitgelegd. Elke uitleg is één of twee zinnen, met een verwijzing naar waar je er meer over leest.

Balans

De balans laat zien wat je op één moment bezit en schuldig bent. Beide kanten zijn altijd gelijk.

Balans
Overzicht van de bezittingen (activa) en de schulden plus eigen vermogen (passiva) op de balansdatum. Balans opstellen →
Activa
De bezittingen: vaste activa, voorraden, vorderingen en liquide middelen.
Passiva
Het eigen vermogen, de voorzieningen en de schulden.
Vaste activa
Bezittingen die langer dan een jaar meegaan, zoals een pand, machines, inventaris of bedrijfsauto.
Vlottende activa
Bezittingen die binnen een jaar geld worden: voorraden, vorderingen en liquide middelen.
Debiteuren
Klanten die jou nog moeten betalen. Oninbare vorderingen →
Crediteuren
Leveranciers die jij nog moet betalen.
Afschrijving
De kosten van een bedrijfsmiddel verdelen over de jaren dat je het gebruikt. Het verlaagt tegelijk de boekwaarde op de balans. Afschrijving berekenen →
Boekwaarde
De aanschafprijs van een bedrijfsmiddel min de afschrijvingen tot nu toe.
Voorziening
Een bedrag op de balans voor een verplichting waarvan de omvang of het moment nog onzeker is, bijvoorbeeld een pensioen- of garantieverplichting. Voorbeeld: oninbare vorderingen →
Werkkapitaal
De vlottende activa min de kortlopende schulden: het geld dat je op korte termijn tot je beschikking hebt.
Balansdatum
De datum waarop de balans is opgemaakt, meestal 31 december.

Resultaat

De winst-en-verliesrekening zet de opbrengsten van een periode tegenover de kosten van diezelfde periode.

Winst-en-verliesrekening
Overzicht van de opbrengsten en de kosten over het boekjaar. Winst-en-verliesrekening →
Omzet
De opbrengst uit geleverde goederen of diensten, zonder btw. Btw die je ontvangt is geen omzet.
Inkoopwaarde van de omzet
Wat de goederen die je hebt verkocht jou hebben gekost. Voorraad waarderen →
Brutomarge
De omzet min de inkoopwaarde: wat er overblijft vóór de bedrijfskosten.
Bedrijfsresultaat
De brutomarge min de bedrijfskosten (personeel, huisvesting, vervoer, afschrijvingen en overige kosten).
Resultaat
De winst of het verlies dat overblijft na alle baten en lasten, inclusief financiële baten en lasten en (bij een BV) de vennootschapsbelasting.
Kosten
Uitgaven die in dit boekjaar ten laste van het resultaat komen.
Investering
Een uitgave voor een bedrijfsmiddel dat je langer gebruikt. Je boekt hem op de balans en schrijft hem af; het is dus niet in één keer een kostenpost.
Toerekeningsbeginsel
Baten en lasten toerekenen aan het jaar waarop ze betrekking hebben, niet aan het jaar waarin het geld binnenkomt of weggaat.
Privéonttrekking
Geld dat je als ondernemer aan de zaak onttrekt. Het is geen kostenpost: het verlaagt je eigen vermogen, niet je winst. Eenmanszaak →
Storting
Geld dat je zelf in de onderneming stopt. Het verhoogt je eigen vermogen en is geen opbrengst.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen is wat er overblijft als je alle schulden van de bezittingen aftrekt.

Eigen vermogen
Bezittingen min schulden: de waarde die aan de onderneming toekomt. EV begin en EV eind →
EV begin boekjaar
Het eigen vermogen op de eerste dag van het boekjaar. Bij een eerste boekjaar is dat nul.
EV eind boekjaar
Het eigen vermogen op de balansdatum: de beginstand plus het resultaat, je stortingen en de overige mutaties, min je onttrekkingen en het dividend.
Kapitaal
Bij een eenmanszaak of VOF de post waar het saldo van je inleg, onttrekkingen en resultaat samenkomt.
Winstreserve
Ingehouden winst die in de onderneming blijft (bij een BV).
Agio
Het bedrag dat aandeelhouders bovenop de nominale waarde van de aandelen betalen (bij een BV).
Dividend
Winst die de BV aan de aandeelhouders uitkeert. Het is geen kostenpost maar een bestemming van het resultaat.
Resultaatbestemming
Wat er met het resultaat van het boekjaar gebeurt: toevoegen aan het eigen vermogen, uitkeren als dividend, of beide.

Fiscaal

De jaarrekening is niet hetzelfde als de aangifte. Deze begrippen komen vaak langs.

Vennootschapsbelasting (VPB)
De belasting over de winst van een BV of andere rechtspersoon. Jaarrekening BV →
Inkomstenbelasting
De belasting over de winst van een eenmanszaak of VOF, in box 1 van de aangifte.
Fiscale winst
De winst volgens de fiscale regels. Die kan afwijken van het commerciële resultaat in de jaarrekening.
Permanent verschil
Een verschil tussen commerciële en fiscale winst dat nooit verdwijnt, bijvoorbeeld niet-aftrekbare kosten. Jaarrekening en aangifte →
Tijdelijk verschil
Een verschil dat later omkeert, bijvoorbeeld een afschrijving die fiscaal anders loopt dan commercieel.
Goed koopmansgebruik
De fiscale regels voor het bepalen van de winst, met een bestendige gedragslijn (artikel 3.25 Wet IB 2001). Grondslagen →
Btw
Omzetbelasting die je aan klanten in rekening brengt en afdraagt. Het is geen opbrengst en geen kostenpost.
Ondernemersaftrek
Aftrekposten in de aangifte inkomstenbelasting, zoals de zelfstandigenaftrek. Ze horen in de aangifte, niet in de jaarrekening.

Grondslagen en waardering

De grondslagen zijn de regels die je hebt gevolgd bij het maken van de cijfers.

Grondslagen van waardering
De regels die je volgt bij het waarderen van bezittingen en schulden en bij het bepalen van het resultaat. Grondslagen uitgelegd →
Historische kosten
Waarderen op wat iets heeft gekost, verminderd met afschrijvingen. De gebruikelijke grondslag in Nederland.
Bestendigheid
Dezelfde grondslagen van jaar op jaar gebruiken. Verander je toch, dan is dat een stelselwijziging die je moet vermelden en doorwerken in de vergelijkende cijfers.
Vergelijkende cijfers
De cijfers van het vorige boekjaar naast die van dit jaar, in dezelfde vorm en volgens dezelfde grondslagen.
Toelichting
Het deel van de jaarrekening waarin je per post uitlegt hoe het bedrag is opgebouwd en welke keuzes je hebt gemaakt.
Materieel belang
Of een post of afwijking groot genoeg is om de beoordeling van de lezer te beïnvloeden. Zo ja, dan moet hij erin of toegelicht worden.

Rechtsvorm en deponeren

Wat je moet opstellen en openbaar maken, hangt af van je rechtsvorm.

Rechtspersoon
Een BV of NV. Voor een rechtspersoon is het jaarrekeningrecht (Titel 9 Boek 2 BW) dwingend van toepassing.
Titel 9 Boek 2 BW
Het wettelijke kader voor de jaarrekening van rechtspersonen: welke stukken erin horen en hoe je waardeert. Jaarrekening BV →
Deponeringsplicht
De verplichting om de jaarrekening openbaar te maken bij KVK. Die geldt voor rechtspersonen, niet voor een eenmanszaak of VOF. Deponeren bij KVK →
Publicatiestuk
Het verkorte stuk dat je bij KVK deponeert: balans, beperkte toelichting en de deponeringsgegevens. Wat je openbaar maakt →
Micro en klein
Grootteklassen die bepalen hoeveel je moet publiceren. Micro- en kleine rechtspersonen mogen sterk inkorten.
Bestuursverslag
Een verslag van het bestuur over het boekjaar. Voor micro- en kleine rechtspersonen niet verplicht.
Ondertekening
Het ondertekeningsblok met plaats, datum en de naam van de bestuurder, de ondernemer of alle vennoten.
Boekjaar
De periode waarover je rapporteert, meestal een kalenderjaar.
Afwijkend boekjaar
Een boekjaar dat niet van 1 januari tot 31 december loopt, bijvoorbeeld van juli tot juni.
Publicatietermijnen
Vijf maanden om de jaarrekening op te maken, acht dagen na vaststelling om te deponeren, en dertien maanden als de vaststelling vertraagt. De termijnen →

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen omzet en winst?

Omzet is alles wat je in een periode hebt gefactureerd, zonder btw. Winst is wat daarvan overblijft nadat alle kosten, afschrijvingen en belastingen eraf zijn. Omzet zegt dus iets over de omvang van je bedrijf, winst over wat je eraan overhoudt.

Wat is het verschil tussen eigen vermogen en winst?

Winst is het resultaat over een periode; eigen vermogen is de waarde die op één moment aan de onderneming toekomt. Winst verhoogt het eigen vermogen, onttrekkingen en dividend verlagen het.

Wat is het verschil tussen kosten en een investering?

Een investering is een uitgave voor iets dat je langer dan een jaar gebruikt; je zet het op de balans en schrijft het in stukjes af. Kosten gaan direct ten laste van het resultaat van dit jaar.

Wat is het verschil tussen een voorziening en een schuld?

Bij een schuld weet je het bedrag en meestal ook wanneer je moet betalen, bijvoorbeeld een leveranciersfactuur. Bij een voorziening is het bestaan van de verplichting zeker, maar het bedrag of het moment nog niet — denk aan een garantieverplichting.

Wat betekent btw voor mijn jaarrekening?

Btw die je aan klanten in rekening brengt is geen omzet en btw die je betaalt is geen kostenpost. Je neemt alleen het saldo op dat je nog moet afdragen of terugkrijgt: als btw-schuld of als te vorderen btw.

Verder lezen

Zelf je jaarrekening opstellen?

Doorloop de wizard, controleer je cijfers en download de jaarrekening en de KVK-publicatiestukken als PDF. € 60,44 per boekjaar, eenmalig.

Deze begrippen zijn algemeen uitgelegd. Voor je eigen situatie zijn je administratie en de regels van KVK en de Belastingdienst bepalend. ZelfJaarrekening.nl is een hulpmiddel en geen accountantskantoor; aan deze uitleg kun je geen rechten ontlenen.